ONLINE BOEKEN KAMPEREN ARTCAMP ASTRO MOBILE HOME PANORAMA Brasserie de Wildhoeve



De das

Eén van de 30 verschillende zoogdieren die op de Veluwe voorkomt is de das. De das is een zeldzaam dier in ons land en behoort daardoor tot de beschermde diersoorten. In Europa bestaat nog maar één dassensoort. Ook in de omgeving van de Wildhoeve komt dit bijzondere dier voor.

De das is een schuw nachtdier en slaapt dus overdag. In de avondschemering komt hij uit zijn hol. De das is zo schuw dat men hem zelden te zien krijgt, ook niet wanneer men hem speciaal gaat observeren. De das blijft bij onraad of verdachte geluiden of geuren de hele nacht in zijn burcht en ook bij heldere maan komt hij vaak niet naar buiten.

De holen van dassen heten burchten. Sommige zijn geweldig groot. Doolhoven van gangen en kamers die al eeuwenlang door dassen bewoond worden. In Oost-Duitsland is een dassenburcht gevonden waarvan men denkt dat hij al 12.000 jaar oud is. Ze kunnen zo groot zijn als een voetbalveld. Een burcht wordt bij voorkeur gegraven in bebost terrein omgeven door grasland. Dassen hebben de reputatie zeer schone dieren te zijn, voornamelijk omdat ze hun nest vaak verschonen en latrines graven. Deze latrines bevinden zich meestalop twintig meter afstand van de burcht.'

De das is niet bepaald klein: van de neus tot het begin van de staart kan hij wel 90 centimeter lang worden. Op het eerste gezicht is de das net een kleine beer. Vroeger dacht men dan ook dat de das familie van de beren was. Maar hij is familie van de marter. De mannetjes, ook wel ‘rekels’ genoemd, zijn het beste te herkennen aan hun brede peervormige kop en zware bouw. De vrouwtjes zijn slanker en lichter.

De zeer sterke klauwen aan de voorpoten van de das worden gebruikt bij het graven van een burcht. De poten van een das hebben vijf tenen waardoor de sporen makkelijk te onderscheiden zijn. De das gebruikt altijd dezelfde paadjes, die bijvoorbeeld van een burcht naar een ven leiden.

De das heeft een bijzondere vacht. Men zegt dikwijls dat het grijze lichaam en de opvallende witte en zwarte strepen op de kop dienen als camouflage of als een waarschuwingskleur voor eventuele belagers. Maar de witte kleur valt in het donker juist op en de das heeft geen natuurlijke vijanden.

Waarschijnlijk heeft de opvallende koptekening van de das een functie bij het herkennen van soortgenoten in het donker. Maar helemaal zeker weet men dit niet.

Een mannetje en een vrouwtje blijven meestal hun hele leven bij elkaar. De paring vindt plaats in juli of augustus, maar de embryo's beginnen zich pas in december of januari te ontwikkelen, zodat de geboorte van de jongen in een gunstig jaargetijde plaats vindt. Als een mannetje met een wijfje wil paren, gaat hij niet altijd zachtzinnig te werk. Hij zit haar achterna, terwijl hij allerlei knor-, blaf- en krijsgeluiden maakt. Heeft hij haar te pakken, dan houdt hij haar met zijn tanden bij haar nekvel of oren vast, tot ze bereid is om te paren. Dat laat ze merken door een bepaald soort beweging te maken, die ‘roldans’ wordt genoemd.

Een das kan wel vijf jongen krijgen, maar meestal zijn het er maar twee of drie. Bij de geboorte zijn ze ongeveer zo groot als een hand. De eerste vier
weken van hun leven zijn de jongen blind en zitten hun oren nog dicht. Als ze ongeveer zes weken oud zijn, beginnen de jongen op wankele poten hun omgeving te verkennen. Bij het verlaten van de burcht komt de moeder gewoonlijk eerst de lucht en de omgeving inspecteren en is nog meer op haar hoede dan gewoonlijk. Geleidelijk aan beginnen de jongen hun omgeving te verkennen, totdat ze in oktober hun ouders verlaten. Een das is met anderhalf jaar volwassen.

De das is een echte alleseter. Het menu van de das is gevarieerd: naast jonge konijnen, muizen, kikkers en regenwormen, eet de das ook plantaardig voedsel, zoals eikels, bessen, paddestoelen en gras.

In de vrije natuur kunnen dassen wel zestien jaar oud worden. Maar zulke oude dieren zijn zeldzaam. De meesten worden niet ouder dan drie of vier
jaar. De vijanden die de das heeft zijn de mens, ziekten en het verkeer dat veel slachtoffers onder de dassen maakt.

Willen we de das voor de Nederlandse natuur behouden, dan moeten we dit dier beschermen en met rust laten, zodat de kleine populaties ongestoord kunnen groeien.